Aanvaarden
:
De
leerling
aanvaardt
zijn
straf
.
Beoordelen
:
De
leerkracht
de
leerling
.
Beloven
:
Ik
heb
mijn
moeder
op
tijd
thuis
te
zijn
.
Zweten
:
Tijdens
het
sporten
heb
ik
hard
.
Drinken
:
Ik
heb
vandaag
te
weinig
.