Froggy Jumps werkwoorden tegenwoordige tijdOnline version Kies de goede vorm van het werkwoord by Docent Syd 1 Wij ...... morgen naar de stad. (gaan) a ga b gaat c gaan 2 Op maandag ....... hij les. (hebben) a hebt b heeft c heb 3 Mijn vriend ......... altijd heel veel. (praten) a prat b praat c praatt 4 Jij ......... de grammatica. (herhalen) a herhaalt b herhalt c herhalen 5 De kapper ......... mijn haar. (knippen) a knipt b knippt c knipp 6 Jullie ......... een brief. (schrijven) a schrijft b schrijven c schrijv 7 Mijn kinderen ........... allebei in Utrecht. (werken) a werken b werkt c werk 8 Zij ........ een kaart aan haar moeder. (schrijven) a schrijft b schrijven c schrijvt 9 Waarom ......... jij geen koekje? (nemen) a neemt b neem c nemen 10 Mijn zus ......... vandaag jarig. (zijn) a is b bent c ben 11 Zij ........ hun kind 'Sem'. (noemen) a noemen b noem c noemt 12 Ik ....... hem een mooi cadeau.(geven) a geef b gef c gev 13 Wij ......... het woord. (spellen) a spelen b spellen c spell 14 Ik ....... mijn naam. (spellen) a spell b spelt c spel 15 De kinderen ........ voetbal. (spelen) a spellen b speelt c spelen 16 Jij ....... graag met de playstation.(spelen) a speelt b spelt c speel 17 Hij ........ morgen 30 jaar. (worden) a word b wordt c wort 18 Hij ......... groente en fruit op de markt.(verkopen) a verkopt b verkooptt c verkoopt 19 Ik ....... graag thee.(drinken) a drink b driink c drinkt 20 Mijn buren ....... vandaag in het stadhuis. (trouwen) a trouwen b trouwt c trouw