Froggy Jumps Online handelOnline version Quiz over het hoofdstuk E-commerce in het werkboek BUZZ 2 (Blz. 114-118) by Janne Logghe 1 Welk van onderstaande begrippen is een synoniem voor het begrip "online handel" a E-shopping b E-commerce c E-winkelen 2 Welk van onderstaande zinnen is een voordeel van online handel voor de consument? a Veel keuze aanbieden b Impact op het milieu c Tijdswinst 3 Lowie is verkoper van smartphones. Hij overweegt om zijn smartphones ook online te verkopen. Wat levert hem dat van voordeel op? a Hij kan online een veel grotere doelgroep aanspreken. b Hij heeft veel meer keuzemogelijkheden online. c Hij kan online een veel grotere doelgroep aanspreken en heeft er ook veel meer keuzemogelijkheden. 4 Ik wil graag een brood kopen. In welk soort winkel kan ik dit het best? a Fysieke winkel b Webshop c Een gewone winkel 5 Wie zijn de consumenten? a De producenten b De handelaars c De klanten 6 Wat is online handel? a Aankoop van goederen en/of diensten via het internet. b Verkoop van goederen en/of diensten via het internet. c Aankoop en verkoop van goederen en/of diensten via het internet. 7 Welk van onderstaande nadelen van online handel past niet in het rijtje? a Problemen om terug te sturen. b Extra verpakking nodig. c Werken onder tijdsdruk 8 Welk van onderstaande goederen/diensten kan ik niet in een webshop kopen? a Een cinematicket b Een gepersonaliseerde mok c Een weekblad 9 Welk woord is GEEN synoniem voor het woord producenten? a Verkopers b Kopers c Handelaars 10 Juliette wil graag nieuwe sneakers kopen. Welk van de zinnen is correct? a Ze doet dit best in een webshop aangezien ze dan verschillende paren kan vergelijken. b Ze doet dit best in een webshop aangezien er dan een gevaar is voor overconsumptie. c Ze doet dit best in een fysieke winkel aangezien ze hier meer keuzemogelijkheden heeft.