Matching Pairs Wat weet je al?Online version Match in dit memoryspel de juiste begrippen aan elkaar. by Eline van Dijk 1 Persoon van het werkwoord 2 Ik-vorm 3 Infinitief 4 Stam 5 Getal van het werkwoord 6 Zwakke werkwoorden 7 Sterke werkwoorden 8 Tijd van het werkwoord De vorm van het werkwoord die wordt gebruikt bij 'ik' 1e, 2e of 3e Tegenwoordige tijd of verleden tijd Werkwoorden die in de verleden tijd WEL van klank veranderen Hele werkwoord -en Hele werkwoord in de tegenwoordige tijd Werkwoorden die in de verleden tijd NIET van klank veranderen Enkelvoud of meervoud