Matching Pairs spraakOnline version link de begrippen met de juiste voorbeelden of definities by Sarah Moisse 1 Vera heeft het steeds over het feit dat ze een 'pionkel' in haar hoofd heeft. Eerst ga je ervan uit dat je haar niet goed begrepen hebt, maar ze blijft dit woord maar uitspreken. Ze weet duidelijk wat ze hiermee bedoelt. 2 verbale stereotypie 3 Je gaat in gesprek met Luc over plannen van een activiteit. Luc antwoordt eerst niet. Uiteindelijk gaat hij heel traag en kort antwoorden. Het lijkt alsof hij over elk woord 10min. moet nadenken. 4 Wanneer je iets aan Martin wilt vragen op zijn kamer, verroert Martin niet en zwijgt hij. Hij lijkt precies volledig geblokkeerd 5 logorroe Mark heeft een hersenbloeding gehad waarbij ook het centrum van Wernicke aangetast is. Sindsdien praat Mark aan een hoog tempo. Hij blijft maar praten en dit aan 1 stuk door. mutisme neologisme bradyfasie Marcel komt al de hele dag aan de verpleegpost. Elke keer wanneer je de deur opent zegt hij hetzelfde nl. rode t-shirt. Hij antwoordt niet op je vragen, hij blijft dezelfde woorden herhalen