Matching Pairs Nederlands lerenOnline version Aan de ene kant van je scherm zie foto's en zinnetjes waar een woord ontbreekt. Aan de andere kant van je scherm zie je woordjes die de foto's uitleggen of die passen in de zinnetjes. Het is aan jou om het juiste woord aan juiste de foto of zin te linken! by Magalie Jooren 1 Om eten te kopen, ga ik naar de _____. 2 V: Kun je mij zeggen hoe laat het is? A: Het is nu _____ uur. 3 4 5 Het is erg koud buiten. Vergeet je _____ niet. 6 7 De trein komt om vier uur aan in het _____. 8 9 10 V: Welk weer wordt het morgen? A: Het gaat _____. 11 12 Goeiemorgen! Hoe _____ het met jou? brood regenen paraplu muts bril gaat winkel schoen station twee huis glas