1
Stuk tekst waarin staat welk werk je gaat doen
2
Een baan zoeken
3
Het laagste salaris dat je mag krijgen (13 euro per uur)
4
Je bent iemand die te vertrouwen is
5
Belangrijk papier waarop staat hoeveel salaris je hebt gekregen in een jaar
6
Je bent iemand die volhoudt, die niet snel opgeeft
7
Een papier/pdf waarop staat hoeveel je hebt verdiend die maand
8
Geld dat je afdraagt / geeft aan de overheid voor onderwijs, wegen, zorg etc.
9
Een andere woord voor baas
10
De periode dat jij en je baas kijken of jij bij je baan past
11
Zorgen dat je iets NIET kwijtraakt
12
Een baan waarop je kunt solliciteren
13
Je hebt veel rust en concentratie om iets te doen (je bent ......)
14
Je maandelijkse loon/geld
15
Een bewijs van je schoolresultaten
16
Iets dat je moet doen
17
Een werkplek waar je kunt oefenen
18
Collectieve afspraken over Arbeids Omstandgiheden als salaris en vakantiedagen etc.