1
gebit van een mens dat ontstaat vanaf ongeveer 6 jaar door vervanging van het melkgebit
2
een dun vlies waarmee de tand of kies is bevestigd in de kaak
3
deel van het gebit tussen snijtanden en kiezen die dienen om stukken van voedsel af te bijten
4
voorste delen van het gebit die dienen om stukken van voedsel af te bijten
5
holte in het tandbeen met bloedvaten en zenuwen
6
gebit van een mens dat ontstaat tussen een 1/2 en 2 jaar
7
een dun laagje aanslag van etensresten, speeksel en bacteriën dat zich dagelijks op tanden en kiezen afzet
8
erg harde laag om het tandbeen van de kroon
9
achterste delen van het gebit die dienen om voedsel fijn te malen
10
laagje om het tandbeen van de wortel(s)
11
deel van een tand of kies dat in de kaak zit
12
deel van een tand of kies dat buiten de kaak uitsteekt