De onregelmatige werkwoorden.Online version Oefenen op de onregelmatige werkwoorden. by Classcraft queestes 1 Geef de verleden tijd van 'zeggen'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 2 Geef de verleden tijd van 'doen'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 3 Geef de verleden tijd van 'geven'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 4 Geef de verleden tijd van 'zwemmen'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 5 Geef de verleden tijd van 'kiezen'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 6 Geef de verleden tijd van 'lezen'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 7 Geef de verleden tijd van 'zien'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 8 Geef de verleden tijd van 'lopen'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 9 Geef de verleden tijd van 'meten'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 10 Geef de verleden tijd van 'vallen'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 11 Geef de verleden tijd van 'geven'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 12 Geef de verleden tijd van 'bezoeken'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 13 Geef de verleden tijd van 'bijten'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 14 Geef de verleden tijd van 'ervaren'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 15 Geef de verleden tijd van 'fluiten'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 16 Geef de verleden tijd van 'dwingen'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 17 Geef de verleden tijd van 'genezen'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 18 Geef de verleden tijd van 'glimmen'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 19 Geef de verleden tijd van 'graven'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord 20 Geef de verleden tijd van 'helpen'. Antwoord in de wij-vorm. Geschreven antwoord