Even testen!Online version winter, herfst, zomer, lente by Van Osselaer Karl 1 Wanneer begint de zomer? a 21 maart b 21 juni c 21 september d 21 december 2 In de lente... a sneeuwt het. b dragen we een muts. c leggen alle vogels een ei. d is het grote vakantie. 3 Wanneer is het lente? a 21 maart tot en met 20 juni b 21 juni tot en met 20 september c 21 september tot en met 20 december d 21 december tot en met 20 maart 4 De winter begint... a 21 maart b 21 juni c 21 september d 21 december 5 Wanneer begint de herfst? a 21 december b 21 maart c 21 september d 21 juni 6 De bomen hebben in de zomer... a geen bladeren b bloemen c groene bladeren d bruine, oranje bladeren 7 Wanneer hebben de bomen bloemen op hun takken? a De winter b De zomer c De lente d De herfst 8 De bladeren vallen van de bomen in... a de winter. b de lente. c de zomer. d de herfst. 9 Wat dragen we in de winter? a Een muts b Een zonnebril c Een pet d teenslippers 10 In de winter... a is het heel warm. b valt er sneeuw. c zingen de vogels. d is het grote vakantie.