Werkwoorden uit foldersOnline version De afbeeldingen die je te zien zal krijgen komen uit folders. Vul de juiste werkwoorden aan! by Annelies Vanspeybrouck 1 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord 2 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord 3 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord 4 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord 5 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord 6 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord 7 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord 8 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord 9 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord 10 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord 11 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord 12 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord 13 Vul het eerste werkwoord in. Geschreven antwoord 14 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord 15 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord 16 Vul het werkwoord in. Geschreven antwoord Uitleg 1 -t of -d achteraan? Zet het werkwoord in de verleden tijd: ik paste aan (met een t), dus: aangepast. 2 Je outfit moet aangepast zijn. Je outfit is aangepast. Werkwoord zijn komt na vd dus moet de infinitief er staan. 3 wie = derde persoon enkelvoud, stam + t 4 wie = derde persoon enkelvoud, stam + t 5 -t of -d? Werkwoorden vervoegen in verleden tijd: overtuigde --> eindigt op een d dus overtuigd 6 -t of -d? werkwoord feesten vervoegen in de verleden tijd: ik feestte --> eindigt op een t dus gefeest 7 Er wordt gefeest. word + t 8 derde persoon enkelvoud = stam + t 13 -t of -d achteraan? Zet het werkwoord in de verleden tijd: ik loste op, t dus opgelost 14 tweede persoon enkelvoud = stam + t --> je vindt 15 verleden tijd = stam + de/te --> opende 16 vinden tweede persoon enkelvoud voor pv = vind je