Quiz: Instructies bus (Tine - dl 1)Online version - Luister naar de instructie - Wat moet je precies doen? - Kies het juiste antwoord. by Ingrid Vanhoutte 1 Luister naar de instructie. Wat moet je doen? Kies één of meerdere antwoorden a Je moet naar links afslaan. b Je moet nadenken vóór de bocht. Wat moet ik doen? Hoe ga ik de bocht nemen? c Je moet sneller rijden in de bocht. d Je moet kijken naar de tegenligger in de bocht. 2 Luister naar de instructie. Wat moet je doen? Kies één of meerdere antwoorden a Je moet de vrachtwagen inhalen. b Je moet voor de vrachtwagen rijden. c Je moet rijden waar de vrachtwagen rijdt. Op dezelfde rijstrook. d Je moet voor de vrachtwagen rijden. 3 Luister naar de instructie. Wat moet je doen? Kies één of meerdere antwoorden a Je moet de voetganger laten oversteken. b Je moet de neus van de bus gebruiken om de bocht te nemen. Je kan de neus boven de boordsteen laten komen om de bocht te nemen. c Je moet de bocht nemen. d Je moet de overbouw poetsen. 4 Luister naar de instructie. Wat moet je doen? Kies één of meerdere antwoorden a Je moet van tweede naar derde versnelling schakelen. b Je moet van eerste naar tweede versnelling schakelen. c Vóór de bocht mag je niet naar een hogere versnelling gaan. d Je moet vóór de bocht een versnelling hoger schakelen. 5 Luister naar de instructie. Wat moet je doen? Kies één of meerdere antwoorden a Je moet gas geven en dan je voet van het gaspedaal wegdoen. b Je moet gas geven. c Je moet eerst remmen en dan gas geven. d Je voet moet op het gaspedaal blijven, ook als je geen gas geeft. 6 Luister naar de instructie. Wat moet je doen? Kies één of meerdere antwoorden a Je moet een klein beetje remmen. b Je moet hard remmen. c Je moet jouw voet wegdoen van de rem. d Je mag niet meer remmen. 7 Luister naar de instructie. Wat moet je doen? Kies één of meerdere antwoorden a Je moet meer rechts rijden op de weg. b Je moet meer links rijden op de weg. c Je moet meer links staan op de weg (vb. bij links afslaan) d Je moet links afslaan. 8 Luister naar de instructie. Wat moet je doen? Kies één of meerdere antwoorden a Als de weg vrij is, dus zonder hindernissen, moet ik stoppen. b Als de weg vrij is, dus zonder hindernissen, moet ik trager rijden. c Als de weg vrij is, dus zonder hindernissen, moet ik voorrang geven. d Als de weg vrij is, dus zonder hindernissen, moet ik doorrijden. 9 Luister naar de instructie. Wat betekent dit? Wat moet je doen? Kies één of meerdere antwoorden a Takken van de bomen zijn geen hindernissen. b Takken van de bomen zijn hindernissen. Ik moet oppassen dat ik er niet tegen rijd. c Ik moet niet kijken naar takken van de bomen. Ze zijn niet gevaarlijk voor mij. d Takken van de bomen zijn niet gevaarlijk. 10 Wat is 'vlotter rijden'? Kies één of meerdere antwoorden a Ik moet trager rijden dan het verkeer rond mij. b Ik moet gas geven en snel rijden. Zo kan ik het verkeer inhalen. c Je moet gas geven en mee zijn met de rest van het verkeer. Ik mag niet te snel rijden, maar ook niet te traag. d Ik moet remmen. Ik mag geen gas geven. Uitleg 1 Je ziet dat er een bocht komt. Je moet nadenken voor de bocht. Hoe ga ik de bocht nemen? Waar heb ik ruimte? Hoeveel moet ik vertragen? 2 De vrachtwagen volgen = je moet rijden waar de vrachtwagen rijdt. Op dezelfde rijstrook. Of ook afslaan waar de vrachtwagen afslaat. 3 De overbouw is de neus van de bus. Als je een bocht neemt, kan je met de neus van de bus boven de boordsteen rijden. Je rijdt niet met je wielen op de boordsteen. 4 Als er een bocht is, moet je vóór de bocht vertragen. Eerst ga je trager rijden. Dan schakel je naar een lagere versnelling. Je mag zeker niet in de bocht naar een hogere versnelling schakelen. 5 Blijf met je voet op het gaspedaal. Anders gaat de bus schokken en dat is niet goed voor de passagiers. 6 Zachtjes afremmen = een klein beetje remmen. Niet te veel remmen. 7 Zet je linkser = ga meer links staan op de weg. 8 Hindernissen is alles wat op je weg komt vb. fietsers, voetgangers, een paaltje, een versmalling 9 Hindernissen is alles wat op je weg komt vb. fietsers, voetgangers, een paaltje, een versmalling 10 Vlot rijden is snelheid maken en blijven vooruit gaan, niet remmen, gas geven, maar ook niet te veel.